Een mooie CV?

(week 2)

Bestaat dat, een mooie CV? Welke personeelsfunctionaris smokkelt weleens een paar CV’s mee naar huis om daar in het weekend lekker in te gaan zitten lezen? Wie leest er voor zijn plezier de profielen op LinkedIn? Vaak denk ik dat ambtenarenstukken nog interessanter zijn dan CV’s omdat ze nog enige feitelijkheid bevatten en niet gedragen worden door die opgeklopte zelfpresentaties waar vrijwel elke CV van drenst. De professionele wereld heb ik in mijn leven altijd in grote mate als de schijnwereld gezien. Al die opschepperij, al dat kijk-mij-nou-eens, al die onechtheid, zoals al dat snobisme in de jetset van Parijs bij Marcel Proust, of zoals die waanwereld vol ridders en heldendaden bij Miguel de Cervantes.

Met vreugde kondig ik aan dat ik binnen afzienbare tijd uit mijn CV zal stappen en ik sta nu al op de grote roltrap naar beneden (al eerder op deze website heb ik de uitdrukking ‘uit je CV stappen’ gebezigd ()). Of is het de roltrap naar boven? Vanaf de eerste dag dat ik bij het Museum van de Geest werk had ik het vreemde gevoel dat ik in iets werkelijks ben aangekomen. Werkelijke mensen, een werkelijk gebouw, een werkelijke geschiedenis, werkelijk thema’s om exposities over te maken.

In de tentoonstelling Ervaringskennis in Beeld zag ik snapshots uit de geschiedenis van drie mensen die in de zorg zijn gaan werken als ervaringsdeskundige. Thuis heb ik in het bij die tentoonstelling uitgebrachte stripalbum Ervaringskracht de uitgebreidere CV’s van Dunya, Joop en Maaike nog een nagelezen. Ze waren opgekrabbeld uit een wereld van verslaving, verlies, van oorlog, misbruik en psychoses, ze hadden hindernissen genomen, ze hadden doorgezet. Ze hadden een opleiding doorlopen, ze zwaaien trots met hun papiertje en ze hadden een baan gekregen. Alles mooi in beeld gebracht en ontroerend om te lezen. Nooit gedacht dat ik ooit bij het lezen van CV’s nog een traantje zou wegpinken.