Kent u het woord ‘profaneren’? Als je het in een woordenboek opzoekt zie je meestal omschrijvingen als ‘ontheiligen’, ‘onteren’ of ‘ontwijden’ staan, waarbij je al snel moet denken aan heiligschennis. Toch zijn dit hele zware kwalificaties voor iets dat in eerste instantie verwijst naar het alledaags maken van een handeling die doorgaans met een zekere plechtigheid omgeven wordt. Profaneren kan ontroerend, kan geestig zijn, kan te denken geven – en met name bij Jezus, die zich vaak al uit eigen beweging uit het plechtig-sacrale wegbeweegt, is profaneren een complexe notie.
Het verschil tussen het profane en sacrale is iets wat je kinderen bij moet brengen en in de Dominicuskerk weten wij allemaal dat dat beneden een bepaalde leeftijd nog niet echt wil lukken. In een kerkdienst rennen en schreeuwen de kinderen soms verhit door elkaar en worden ze de stilte van de plechtigheid nog niet gewaar, dezelfde stilte die tijdens een dienst binnenlopende toeristen de adem doet inhouden en die gevoelens van schaamte door iemands aderen jaagt op het moment dat zijn of haar mobiele telefoon afgaat.
Het is in de onbevangen kinderlijke verbeelding dat er allerlei heel directe vragen over het leven van Jezus kunnen opkomen, en omdat God in Jezus mens is geworden is het geven van goede antwoorden niet altijd even voor de hand liggend. Moest Jezus ook zijn nagels knippen? Heeft Jezus weleens ooit de hik gehad? Hoe zit het met poepen en plassen en kreeg Jezus ook seksuele gevoelens toen hij in de puberteit kwam? Het is een vraag die Gerard Reve, van wie wij in de kerk af en toe een lied zingen, zich zeker gesteld zal hebben en hij zal ook zeker niet de enige zijn geweest.
Ja, is Jezus weleens ooit stout geweest? Misschien kent u het schilderij van Max Ernst waar Jezus op zijn billen krijgt en zijn aureooltje van zijn hoofd is getuimeld.

Max Ernst- Die Jungdrau züchtigt das Christuskind (1926)
Wat heeft Jezus gedaan dat Maria zo boos kon worden? Met het toeschrijven van seksuele gevoelens aan Jezus heb ik niet zoveel moeite, maar hier beginnen de vragen echt lastiger te worden. Zou hij misschien een paar peren hebben gestolen in de boomgaard van de buren? Daar kun je je nog iets bij voorstellen en Augustinus zou er in zijn graf misschien wat rustiger bij kunnen slapen. Maar een Jezus die andere kinderen treitert? Die per se haantje de voorste moet zijn? Een Jezus die stiekem en gemeen is?
Komkommers
Als je een beetje rondleest in profanerende teksten – probeer eens het boek Jezus van Nazareth van Paul Verhoeven! – dan moet het beeld van een Jezus met een theedoek in zijn handen wel heel onschuldig zijn. We komen dit beeld tegen in het verhaal van Martha en Maria in de Kinderbijbel dat door Karel Eykman als volgt wordt naverteld:
Maar Jezus zei tegen Marta: “Het is fijn als er lekker eten is. Want dan kun je ook prettiger met elkaar praten. Maar als eten maken zoveel tijd kost dat ik niet eens met jullie kan praten, dan is het niet goed. Kom er toch bij zitten.” Toen deed Marta haar schort af. Ze kwam erbij zitten en ze praatten tot laat in de avond. Ten slotte hielpen Jezus en Maria nog bij het afwassen. Want daar, in de keuken, konden ze ten minste doorgaan met praten.
Dat klinkt allemaal heel gezellig en is ook nog eens feministisch verantwoord. Het verhaal van Martha en Maria heeft veel lezers niet lekker gezeten en zo willen commentatoren het onderscheid dat Jezus tussen deze twee vrouwen maakt en de bijbehorende rolpatronen doorbreken. Alsof er in de Bijbeltekst een smetje moet worden weggewerkt.
Ook de Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts zit dit verhaal niet lekker. In haar boek Van ver gekomen vertelt zij over hoe ze is teruggekeerd tot de kerk, maar dat wil nog niet zeggen, tekent ze daarbij aan, dat ze haar kritische houding bij de kerkdeur heeft achtergelaten. Háár versie van het verhaal van Martha en Maria gaat als volgt:
Jezus had moeten zeggen: ‘Martha, je hebt gelijk. Veel handen maken licht werk. We komen je helpen en vervolgens gaan we samen eten aan tafel. En dan zal ik jullie een mooie parabel vertellen, ik weet nog niet welke maar er zal me vast iets te binnen schieten terwijl ik de komkommers in stukjes snijdt.’
En ze voegt daaraan toe: ‘Voor het gemak ga ik er even van uit dat er in die tijd al komkommers werden gekweekt’.
Als bekende publieke figuur had het Nederlands Bijbelgenootschap haar uitgenodigd een blog over een Bijbeltekst naar keuze te schrijven. Later in haar boek komen we er achter dat dit verhaal in Lucas een enorme lading voor haar heeft. Ze vertelt over haar zuster Veve, met wie het niet goed is gegaan en die heel haar leven in de psychiatrie heeft gezeten. Over haar zus schrijft ze: ‘Ook Martha en Maria bleven in haar hoofd spoken, alsof het zaadje van de concurrentie ermee was geplant. Ben ik Martha of ben ik Maria? Ben ik de lieveling of ben ik de sloof?’
Tegendraads
De blog over Martha en Maria is indertijd niet geplaatst en in haar boek doet Kristien Hemmerechts uitgebreid verslag van de discussie die ze daarover voerde met een redactrice van het Nederlands Bijbelgenootschap. Ze zet die discussie neer als een dispuut tussen de literatuurwetenschap en de bijbelwetenschap en ze voelt zich verongelijkt door de soms terechtwijzende geleerdheid van haar gesprekspartner, van wie ze het bericht dat er in de tijd van Jezus inderdaad al komkommers werden gekweekt evenwel dankbaar in ontvangst neemt.
Zelf ben ik ook meer literatuurwetenschapper dan bijbelwetenschapper, maar ik ben het niet steeds op voorhand met Hemmerrechts eens. Ze beroept zich op een vorm van ‘tegendraads lezen’ schrijft ze: ‘Voor mij is tegendraads lezen een erg belangrijke leesstrategie die ons toestaat helderder te kijken, en vastgeroeste ideeën in vraag te stellen.’
Ja, ik ken deze term uit mijn studie Engelse taal- en letterkunde – reading against the grain. Maar wat Hemmerechts doet is niet zozeer tegendraads lezen, maar zeggen wat ze ervan vindt. Reading against the grain houdt in dat je laat zien dat er elementen in een tekst aanwezig zijn die tegen de intenties van de auteur ingaan. Je moet van goeden huize komen om een tegendraadse leesoefening neer te zetten, het is hogere exegese, zeker als het om een Bijbeltekst gaat.
Slaven of sloven
De geschiedenis kent een heel mooi voorbeeld van een tegendraadse lezing van het verhaal van Maria en Martha. Deze is te vinden in een van de preken in volkstaal van Meister Eckhart (1260-1328), die aan de hand van de tekst in Lucas vers voor vers uitlegt waarom het zeer waarschijnlijk is dat Jezus met de afwas heeft meegeholpen.
In Eckharts interpretatie is Martha geestelijk volgroeider dan Maria, die nog naar de meester moet luisteren, die nog van de meester moet leren. Maria zit nog in de scholingsfase en haar geest is nog maagdelijk, terwijl Martha al in het volle leven staat, vrucht draagt, de verbondenheid met God tot in haar dagelijkse werkzaamheden mee kan nemen. Bij de regel uit Lucas: ‘Martha, Martha, je bent zo bezorgd en je maakt je druk over zoveel dingen’ benadrukt Eckhart dat Jezus haar naam twee keer noemt, wat in de Bijbel steeds een speciale betekenis heeft. Martha is niet bezorgd over de vraag of de gasten wel genoeg te eten en te drinken krijgen, maar of Maria niet te lang in de ‘behaaglijke en zoetige’ nabijheid van de meester blijft hangen en zo een eeuwige student dreigt te worden.
In de spirituele weg van Meister Eckhart werken mensen eerst om iets te bereiken, vervolgens kunnen zij hun hart openen voor God, en pas na deze euforische momenten komt het echte werk, net als bij een kunstenaar die na zijn visioen aan het timmeren, componeren of dichten moet. In deze derde fase bewaren zij God in hun hart en kunnen zij terugkeren naar het alledaagse leven dat dan tot in de kleinste dingen geheiligd is, net zoals een goede aan de arbeid geslagen dichter bij iedereen punt of komma stilstaat.
Zo kan Eckhart in zijn preek schrijven: ‘Pas wanneer de heiligen heilig worden, beginnen ze deugdelijk te werken’. Als we Jezus dan aan de afwas zien, dan is dat niet meer een profanering, maar juist een heiliging! Frans Maas, de vertaler van de preek, schrijft in een voetnoot: ‘Allerlei gewoon werk en dus niet enkel de geestelijke spits van het actieve leven – of het apostolaat – hoort werkelijk thuis in de hoogste christelijke volmaaktheid.’
Maria hangt aan de lippen van Jezus en is verslingerd aan de dienst van het woord, Martha reddert en deelt rondom de dienst van de tafel. In het verhaal van de Emmaüsgangers branden de harten als Jezus hen de Schrift verklaart, maar het licht breekt pas door bij het breken van het brood. De tafel wordt gedekt, de borden, de messen en vorken, de bekers en de glazen worden neergezet, een dankwoord wordt uitgesproken, het brood wordt gebroken en de wijn wordt gedeeld. In het eucharistische samenzijn, waarin Jezus ook bereid is de voeten van de leerlingen te wassen, zijn er geen slaven of sloven meer. Aan het eind worden de spullen afgeruimd, het tafelkleed geschud en in de keuken worden de spullen – wordt het simpele gerei – afgewassen.
