(2026 Week 9)
Je hebt broeders, minderbroeders en minstebroeders. Hopelijk weet iedereen nog wat een broeder is. Een minderbroeder is een lid van een door Franciscus van Assisi gestichte bedelorde. Mijn moeder gaf vroeger nooit geld aan bedelaars maar alleen aan minderbroeders. En het Rode Kruis.
Minstebroeders, dat zijn de plaatsvervangers op aarde van Jezus Christus die uiteindelijk zullen oordelen over de rechtvaardigen en onrechtvaardigen. We vinden de minstebroeders in de bijbeltekst zelf, te weten in het Mattheüs-evangelie hoofdstuk 25: ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van mijn minstebroeders of -zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan. Want Ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken, ik was een vreemdeling en jullie namen mij op, ik was naakt en jullie kleedden mij, ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.’
Het is deze zelfde taal van basale medemenselijkheid – ook voor mensen waar iedereen op neerkijkt, of die in de ogen van de wereld geen enkele achting kunnen verwerven – die we kunnen aantreffen onder de instructies voor het verplegend personeel in psychiatrische ziekenhuizen: ‘Wees hen dus zo veel en zo goed mogelijk van dienst, zelfs als zij er niet om vragen. Geef hen te drinken als zij dorst hebben; verjaag een vlieg, die hen hindert; snuit zo nodig hun neus; reinig hun ogen; veeg hun mond af als zij gegeten of gedronken hebben; verfris hun gelaat als dit bezweet is; sluit het gordijn als de zon hen hindert.’ Het latijnse woord voor deze basale medemenselijkheid is caritas – in de Bijbel wordt het meestal met ‘liefde’ vertaald, in de psychiatrie heet het ‘zorg’.

Met alle emancipatoire bewegingen die zich aan de met zijn psyche worstelende medemens aan het voltrekken zijn wordt het steeds meer de vraag of de mensen die in klinieken opgenomen zijn nog wel tot de minstebroeders behoren. En naarmate de medicijnen krachtiger en efficiënter worden zullen zij ook minder lang in een Jezus-waan vertoeven en, terwijl ze gewassen worden of terwijl de gordijnen gesloten worden, hun zegenende handen naar het verplegend personeel uitstrekken. Ook de Franciscanen en de Kapucijners zijn al lang uit het straatbeeld verdwenen. Gelukkig bestaat het Rode Kruis nog.
Afbeelding: ©Collectie Museum van de Geest, fragment uit ‘Voorschriften voor den dienst bij de geprolongeerde baden’.
