Oud genoeg?

(2026 Week 8)

Sommige mensen bereiken een iconische ouderdom, met witte haren, met rimpels, met kalme gebaren en een met ogen die je aankijken kijken alsof ze zelf al over de rand van het graf getuurd hebben en durven te vertellen dat je je minder zorgen hoeft te maken dan je als niet-oudere geneigd bent te doen. In een verhaal van Henry James waarin zo’n iconische oudere voorkomt, maakt James achteloos de opmerking: ‘Ooit moet ze toch jong geweest zijn!? Of in ieder geval van middelbare leeftijd…’

Zo ook heb je mensen met een iconische jeugdigheid, mensen die maar niet oud worden. Misschien heb ik daar zelf ook wel iets van. Terwijl ik de zeventig begin te naderen zeggen jongeren in de ICT-trainingen die ik geef me soms recht in het gezicht: ‘Ja, maar dat zijn allemaal van die zestigers, die hoeven niks meer, die denken alleen maar aan hun pensioen.’ Dan zwijg ik wijselijk. Soms kijk ik in de spiegel en vraag mij vertwijfeld af of er al enige tekenen van rijpheid en doorleefdheid in mijn gezicht te ontwaren zijn en denk dan: ‘Eens zal ik toch wel oud worden? Of in ieder geval volwassen?’

Ooit zag ik op tv Marc-Marie Huijbregts over deze dingen in gesprek met Jeroen Krabbé, van wie in het museum een afbeelding te zien is in de tentoonstelling Nieuw Oud. De precieze woorden herinner ik me niet meer, maar Marc-Marie wilde vertellen dat hij vaak niet serieus genomen werd omdat hij zo jong leek. ‘Maar dat hebben we toch allemaal weleens,’ zei Jeroen Krabbé, als een al te vriendelijke, ja, al te softe psychotherapeut. ‘Nee, nee, jij hebt daar veel minder last van dan ik, wees nou eerlijk!’ ze3i Marc-Marie, en ik snapte wat hij bedoelde. Want kijk eens naar de gestalte en het gelaat van Jeroen Krabbé in de tentoonstelling. Híj mag er toch wel bij zitten? Híj heeft de ouderdom toch wel gehaald?

Afbeelding: ©Collectie Museum van de Geest.