(2026 Week 11)
‘Aan de ene kant heb je de ICT-ers die echt je problemen weten op te lossen en aan de andere kant heb je die lui die maar een beetje improviseren. Ze beginnen meestal met het opnieuw opstarten van je computer.’ In mijn loopbaan als ICT-er heb ik mensen verschillende keren dit soort contrasten horen schetsen en iedere keer vind ik het moeilijk daar een kort, duidelijk en overtuigend antwoord op te geven. Het eerste wat ik doe als ik met een gederailleerd systeem te maken krijg is programma’s herstarten, de hele hardware resetten, even een flinke tik aan het systeem uitdelen zeg maar, en in de nodige gevallen leiden dergelijke shocktherapieën tot duurzaam herstel. Pas daarna, als ‘quick and dirty’ niet helpt, ga ik me werkelijk verdiepen in wat er aan de hand zou kunnen zijn, of waar dat verkeerde vinkje staat dat voor zoveel frustratie zorgt.

En hoe doen wij dat dan als de systemen bij mensen ontregeld zijn? Ik vind het echt confronterend oog in oog te staan met wat waarschijnlijk het grootste symbool is van de moderne psychiatrie: de ECT-machine, in dit geval een Siemens Konvulsator III, waarmee je shocken tot 250 Volt kunt uitdelen in een tijdsduur die kan oplopen tot 9 seconden. Als je de statistieken erbij haalt dan ontkom je niet aan de gedachte dat het apparaat de nodige levens heeft gered, maar gevoelsmatig, ook in ruste achter zo’n museumvitrine, is en blijft het voor mij het martelwerktuig waarmee de normalen de waanzinnigen proberen af te richten voor hun eigen waanzinnige wereld waarvan ze de waanzin niet willen zien.
Ja, iedere keer als ik er in het museum langs loop maakt het ding de antipsychiater in mij wakker. Ik heb de shocktelefoon nooit op mijn oren gehad, maar de beelden van hoe Jack Nicholson uit One Flew over the Cuckoos’s Nest wordt aangepakt staan in mijn geheugen gebrand. Op een bepaalde manier is het – dat teruggeschopt worden in wat men dan ‘de werkelijkheid’ noemt – ook mijn verhaal. Daarover in de volgende afleveringen meer.
Afbeelding: ©Collectie Museum van de Geest.
